Amsterdam
+31630386237
hp@ligtol.nl

Samen de strijd aan om onze onderwijsdata

Voor digitale technologie gedreven verandering

Hans-Peter-Ligthart

Samen de strijd aan om onze onderwijsdata

Steeds meer onderwijsgegevens worden gedeeld via platformen van internationaal opererende techbedrijven. Dit biedt veel kansen voor het onderwijs, maar het vormt tegelijkertijd ook een bedreiging.

Digitalisering heeft het leven in veel opzichten een stuk makkelijker gemaakt. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een online platform voor. Vaak gratis, waardoor het niet om het product draait, maar om de data die gebruikers – bewust of onbewust – afstaan met het gebruik van de service. Want zo zitten de verdienmodellen meestal in elkaar: gebruikers leveren hun gegevens in en krijgen daar gepersonaliseerde advertenties voor terug.

Techreuzen

Data verzamelen is inmiddels een beproefd businessmodel dat ook vele edu-techbedrijven toepassen. Waar we voor onze dagelijkse online diensten al afhankelijk waren van enkele machtige techreuzen, groeit ook in het onderwijs een afhankelijkheid van edu-techbedrijven. Het lijkt alsof de publieke verontwaardiging zich richt op de big 4 (GAFA), terwijl ook in het primaire proces steeds meer clouddiensten worden gebruikt.  En die hanteren veelal dezelfde strategieën als Google en Facebook. De echte bedreiging van digitalisering komt voor onderwijsinstituten van bedrijven die digitale technologie gebruiken om het primaire proces anders te organiseren. Dus niet of je mail bij Microsoft in de cloud staat, maar waar je online onderwijs volgt.

Data lek

Door data af te staan, vloeit ook de mogelijkheid weg om met die data het Nederlandse onderwijs te verbeteren. ‘Onze’ gegevens bevinden zich niet meer onder ons beheer, maar worden gebruikt om de dienstverlening van edu- of big tech multinationals te verbeteren. Dat is een bedenkelijke ontwikkeling, want wij hebben een met publiek geld gefinancierd onderwijssysteem. De waarde (o.a. data) die we creëren binnen dit systeem zou dus ook publiek moeten blijven.

Bedreiging voor onafhankelijkheid

De meeste mensen zijn inmiddels wel op de hoogte van de risico’s van het gebruik van bijvoorbeeld Facebook, maar steeds meer onderwijsinformatie verplaatst zich op dit moment naar ‘the cloud’ en ik weet niet of universiteiten en hogescholen beseffen hoe riskant dat is. Het is een bedreiging voor de onafhankelijkheid van het onderwijs. We hebben geen idee wat er met data van studenten en docenten gebeurt of kan gebeuren. We kunnen er niet op vertrouwen dat (edu) techreuzen er de beste bedoelingen mee hebben. En bovendien willen we niet dat het onderwijslandschap wordt gestuurd door commerciële belangen, want dat kan ten koste gaan van de diversiteit en het evenwicht. Kortom: we stevenen af op een ongewenste situatie. En de vraag is: kunnen we nog terug? Willen we dat? En hoe dan?”

Het heft in eigen handen

“Om met het antwoord op de eerste vraag te beginnen: terug naar de situatie van vóór pak ‘m beet 2005 – toen de eerste online diensten in de samenleving begonnen te wortelen – nee, dat kan niet. En dat willen we ook niet, daarvoor hebben deze technologieën ons veel te veel goeds gebracht, ook in het onderwijs. Maar gelukkig kunnen universiteiten en hogescholen wél zorgen dat ze het heft weer in eigen handen nemen, dat ze de controle terugnemen.” In de oude wereld kocht een student ergens boeken, in de nieuwe wereld wordt de student klant van een online platform. De student is (vooralsnog) klant van de hogeschool of universiteit en daar ligt dus een belangrijke zorgplicht qua omgang met data. Studenten gebruiken nu al op grote schaal alternatieve systemen, het zogenaamde informele leren of “grey-education” waar veel data in verdwijnt.

Centraal of decentraal

“Hoe? Ja, dat is de moeilijkste vraag. Er zijn feitelijk twee dimensies om het aan te pakken: de centraal of decentraal en make of buy. Als je kiest voor de centrale methode introduceer je gezamenlijk een veilig en verantwoord platform voor de hele hogere onderwijssector, waar commerciële partijen onder specifieke voorwaarden op aan kunnen sluiten. Deze omgeving kan je naar eigen wensen en volgens de Nederlandse en Europese regelgeving inrichten. Dan weet je zeker dat er op een nette manier wordt omgegaan met data, de data is dan in eigen beheer. Als onderwijsinstellingen gebruik maken van commerciële diensten, dan alleen onder voorwaarden en principes die de instellingen zélf, gezamenlijk hebben opgesteld. Dat moet een afspraken stelsel zijn dat gaat over veiligheid, privacy en controle op studiegegevens, opslag en ontsluiting en het gebruik van algoritmes.” De FAIR principes, zoals in onderzoek gebruikelijk, zijn een goed startpunt.

Hans-Peter Ligthart met laptop

Hindernissen en valkuilen

Zo’n centraal onderwijsplatform is er niet van de ene op de andere dag en bovendien: zie maar eens vergelijkbare of zelfs betere kwaliteit te bieden dan de huidige commerciële aanbieders van digitale omgevingen. Ook moeten álle hoger onderwijsinstellingen zich aansluiten om voldoende slagkracht te organiseren. Dat geldt ook voor gezamenlijke principes, die werken alleen als ze voor de hele sector gelden én afgedwongen worden voor alle aanbieders. En dan wordt het nog een hels karwei om ervoor te zorgen dat iedereen (de eindgebruikers) kiest voor de platformen waar onderwijsinstellingen overeenkomsten mee hebben gesloten en niet alsnog de “grey education” route kiezen.

Verbindende rol

Moeilijk of niet, één ding lijkt als een paal boven water te staan: het hoger onderwijs moet hierin gezamenlijke strategie uitstippelen. Bijvoorbeeld met een coöperatief platform. Een coöperatie is gericht op stakeholder value terwijl commerciële big-tech of edu-tech bedrijven gericht zijn op shareholder value. Een coöperatieve vorm kan de waarden beschermen waar de sector voor staat. Sámen de strijd aan te gaan.